Ga naar content

Onze blogs

Praktische tips en inspiratie voor paardenliefhebbers

Op deze pagina vind je praktische tips en inspiratie. Voor verzorging en welzijn van je paard, voor ontspanning en plezier en voor alles wat het dagelijks leven samen met je paard leuker maakt.

Nieuws

Afrastering

Afrastering

Hofman Grafisch

Afrastering, hoe werkt dat precies? Een afrastering van prikkeldraad, gladdraad of gaas is voor paarden ongeschikt, omdat deze wijze van afrasteren weinig opvallend en vooral onveilig is. Dat paarden uit een afrastering kunnen breken is bekend. Naast een grotere kans op het oplopen van ziektes, kan een paard ook zomaar in een sloot terechtkomen of het spoor of de weg oplopen. Wanneer het paard dan een auto raakt, zijn de gevolgen niet te overzien. Pas na zo’n indrukwekkende gebeurtenis wordt het belang van goede afrastering duidelijk. Maar waar moet je op letten, qua materiaal, stroom en palen? En hoe hoog moet het lint zijn? Wij zetten de ins and outs op een rijtje. De werking Een elektrische afrastering bestaat uit een stroomcircuit waardoor de stroom zich verplaatst. Om dit mogelijk te maken gebruikt u een schrikdraadapparaat met correcte aarding, een afrasteringsdraad die de stroom vervoert en isolatoren die zorgen dat de stroom niet wegvloeit. Stappenplan Voor een juiste elektrische afrastering: Kies het juiste schrikdraadapparaat, hetzij een lichtnet of batterij-apparaat. Indien er een 220 Volt stopcontact aanwezig is heeft een lichtnetapparaat altijd de voorkeur. Wanneer u paarden in een weide heeft grazen waar geen 220 Volt stopcontact aansluiting aanwezig is, dan is een schrikdraadapparaat op batterij de oplossing. Kies goede aardingspalen met de juiste lengte, want aarding is een onmisbare basis van iedere elektrische afrastering. Indien er meer dan 1 aardingspaal nodig is dan moeten ze minimaal 3 meter uit elkaar geplaatst worden. Let op dat u doorgaans bij een droge bodem meer aardingspalen nodig heeft dan bij een vochtige bodem. Met een voltmeter kunt u de stroom meten/testen. Kies de juiste afrasteringspalen, bijvoorbeeld kunststof instappalen en plaats ze op ca. 5-8 m afstand van elkaar. Zorg ervoor dat de afrasteringslinten sprak gespannen blijven om de afrastering optimaal te kunnen laten functioneren. Voor het spannen van de elektrische afrastering heeft Hofman Animal Care de juiste spanners. Plaats in ieder geval stevige houten hoekpalen. Kies de juiste stroomgeleider. De keuze hierin is groot: koord, draad of lint. Voor paarden adviseren wij doorgaans lint, met in de eerste dagen dat de paarden buiten zijn, herkenbare signalen zoals vlaggetjes of lintfranjes etc. Op die manier ziet het paard de elektrische afrastering eerder en kunnen ze er aan wennen en breken ze niet uit.  Plaats de afrasteringslinten op verschillende hoogtes, bij voorkeur het eerste lint op 50 cm hoogte en het tweede lint op 100 cm hoogte. Hebben we te maken met grotere paarden, dan adviseren wij ook een lint toe te passen op ca. 150 cm hoogte. Investeer in een goede haspel! Zo kunt u gemakkelijk het afrasteringslint op- en afrollen. Onze haspel voor lint en draad doet u gemakkelijk over het hoofd aan, zodat het lichamelijk niet zo’n vermoeiend klusje is.  Zorg voor goede lintverbinders.  Op deze manier kunt u de afrasteringslinten optimaal met elkaar doorverbinden en aan elkaar verbinden zodat de  stroomgeleiding optimaal blijft. De afrasteringslinten worden aan de palen vastgemaakt d.m.v. isolatoren. Wij adviseren een lintisolator zodat u nadien de afrastering kunt aanspannen. Iedereen weet dat lint na verloop van tijd uitrekt en met de ISOL004030 heeft u daarmee een perfecte oplossing in huis.  Bij een afrastering heeft u natuurlijk ook een poortgreep nodig voor de doorgangen. Eenvoudig open en dicht zonder stroomonderbreking. Bevestig poortgreepankers aan de houten palen bij de weidedoorgang om de poortgreep in te haken. In het kort Wat heeft u nodig voor een goed functionerend stroomcircuit:• Een schrikdraadapparaat dat regelmatige stroomstoten afgeeft.• Een afrasteringsdraad die de stroom geleidt.• Isolatoren die de stroom isoleert van de palen.• Aarding die de stroom terugvoert naar het schrikdraadapparaat. Welk schrikdraadapparaat past nu het beste bij uw weideafrastering? De keuze van een schrikdraadapparaat is afhankelijk van verschillende factoren.1. Wat is de lengte van de afrastering?2. Welke dieren wilt u afrasteren?3. Begroeiing aan de afrastering?4. Hoeveel vermogen moet het schrikdraadapparaat bezitten?5. Houdt bij uw keuze rekening met toekomstige uitbreidingsplannen.6. Kies een apparaat met voldoende afgifte van implusenergie ''Joule'' en een hoge spanning ''Volt'' bij aanraking van de afrastering. Wanneer er een aansluiting van 220 Volt ''Stopcontact'' in de buurt is, is dit de beste oplossing en garantie voor constante stroomvoorziening, welke de meest optimale afweereigenschappen bezit. Basisbegrippen Uitgangsspanning in Volt Uitgangsspanning is het voltage dat aan de uitgang van het apparaat wordt gemeten. Het voltage is nodig om de energie te transporteren. Omdat de afrastering nog niet is aangesloten heeft dit getal geen praktische waarde. Spanning bij belasting 500 Ohm in VolSpanning bij 500 Ohm is het voltage dat op de afrastering staat bij aanraking van mens of dier. Ladingsenergie in Joules Dit is het vermogen aan energie welke het schrikdraadapparaat uit het stopcontact of batterij opneemt. Impulsenergie in Joules De Impulsenergie, ook wel ontladingsenergie genoemd, is de impuls welke het dier voelt wanneer het in aanraking komt met de afrastering. Hoe hoger de impulsenergie, hoe sterker de klap. Aarding Aarding is ontzettend belangrijk. Goede aarding is 50% van de kwaliteit van de afrastering. De aarding zorgt ervoor dat het stroomcircuit zich sluit. Dit betekent dat bij aanraking van het afrasteringdraad, de stroom via het dier de grond invloeit en via de aardingspaal terugvloeit.   Wanneer de Aarding onvoldoende is zal uw afrastering niet doeltreffend functioneren. Een aarding bestaat uit speciale aardingspalen. Is er meer dan één aardingspaal nodig, dan dient men deze minimaal drie meter uit elkaar te plaatsen. Bij de keuze van het aantal benodigde aardpennen speelt de bodem een belangrijke rol. Zo heeft een droge bodem een veel slechtere geleiding dan een vochtige bodem. Conclusie Bij een droge bodem zijn er meer aardingspalen nodig dan bij een vochtige bodem. Stroomgeleiders De kransslagader van uw afrastering is de stroomgeleidende draad (lichtmetaal of R.V.S.) welke de stroom transporteert, waarbij deze in verschillende dikten en kwaliteiten worden aangeboden. Los van de specifieke voordelen van de verschillende mogelijkheden (koord, lint of draad) komt daar als belangrijkste aspect de elektrische geleidbaarheid bij. Meest gestelde vragen Welk schrikdraadapparaat kan ik het beste pakken?Wanneer er een lichtnetaanluiting aanwezig is, gebruik dan een lichtnetapparaat. Altijd stroom. Wanneer er geen lichtnetaansluiting voorhanden is, gebruik dan een batterijapparaat. Kan het schrikdraadapparaat geaard worden op de aarding van het lichtnet?Nee, dat mag niet. Installeer een apart aardingssysteem. Waar dien ik de aardingspaal te plaatsen?De aardingspaal moet helemaal onafhankelijk zijn van huis c.q stal. De aardingspaal dient op een afstand van 10 meter van het huis c.q. stal te staan .Nooit de aardingspaal op waterleidingen aansluiten! Er staat stroom op de aardingspaal, oorzaak hiervan kan zijn:• Aardingspaal is te kort• Te weinig aardingspalen• Grond is te droog Een goede aarding is het hart van uw weideafrastering!Wat het vermogen van een schrikdraadapparaat ook is, de installatie is nog doeltreffender als men voor een goede aarding zorgt. Hoe ver dienen de aardingspalen uit elkaar te staan?Minimaal 3 meter. Moet mijn afrastering rond lopen?De stroom dient rond te lopen. Stroom loopt via het lint, koord of draad naar het dier of opgroeiend gras en via de aardingspennen weer terug naar her schrikdraadapparaat (zie ''hoe werkt elektrische afrastering'' hierboven). Hoe kan ik mijn elektrische afrastering controleren op een perfecte werking?Met een digitale voltmeter kan men dit eenvoudig controleren. Als men 4000 Volt (4kV) afleest, is alles in orde. Hoeveel stroom moet er minimaal op een goede afrastering staan?Minimaal 4000 Volt spanning. Staat er dit niet op? Controleer dan eerst het schrikdraadapparaat en vervolgens het aardingssysteem en als laatste uw afrastering. Hoe lang is de levensduur van een 9 Volt batterij?De levensduur is afhankelijk van aarding, kwaliteit isolatoren, kwaliteit koord/lint/draad en begroeiing. Is dit allemaal in orde, dan is de levensduur van een 9 Volt batterij gemiddeld 1 weideseizoen. Om de hoeveel meter moet ik palen plaatsen?Bij lint om de 4 à 5 meter. Bij koord om de 7 à 8 meter. Tot slot Zorg er in ieder geval voor dat de afrastering staat als een huis! Met een goede aarding, isolatoren en afrasteringslint houdt u bovendien niet alleen uw paarden binnen de omheining, maar ook ongewenste bezoekers buiten.

Lees meer
Spierbevangenheid

Spierbevangenheid

Spierbevangenheid, ook wel tying-up en maandagziekte genoemd, is een aandoening waarbij er een verstoring in de spierstofwisseling is. Door de overmatige aanmaak van melkzuur in de spiercellen kunnen de spiercellen uitzetten en de bloedvaten en spieren worden afgekneld. Bij een te lange afknelling van de spiercellen kunnen ze afsterven, waarna de afvalstoffen in het bloed komen. Dit kan zorgen voor verzuring in voornamelijk de spieren van de broek, lendenen, kruis en rugspieren. Oorzaken spierbevangenheid De meest voorkomende oorzaak van spierbevangenheid bij paarden is dat een paard te veel krachtvoer krijgt in verhouding tot de hoeveelheid inspanning die het paard moet leveren. Hierdoor ontstaat een afwijkende stofwisseling in de spieren. Een te zware training bij ziekte of slechte conditie, het overbelasten van jonge paarden, een verstoorde elektrolytenbalans, uitdroging en een tekort aan vitamine E of selenium kunnen eveneens oorzaken van spierbevangenheid zijn. Spierbevangen paard symptomen Bij spierbevangenheid wordt onderscheid gemaakt in lichte, middelmatige en ernstige spierbevangenheid. Bij lichte spierbevangenheid staan paarden vaak met een omhoog gebogen rug en lopen ze stijf in de achterhand. Middelmatige spierbevangenheid kan ervoor zorgen dat paarden een verkorte pas hebben, de spieren stijf, gezwollen en pijnlijk zijn en de achterhand gaat trillen. Bij ernstige spierbevangenheid willen paarden vaak niet lopen en zweten ze veel. Angstigheid, verwijde neusgaten, willen liggen, niet overeind willen komen en een verhoogde ademhaling en hartslag komen ook voor. Daarnaast kan roodbruine urine ontstaan door de afbraakproducten van de spieren die in de urine terechtkomen. Behandeling van een spierbevangen paard Als symptomen van spierbevangenheid zich voordoen, is het verstandig direct contact op te nemen met de dierenarts. De dierenarts neemt bloed af om vast te kunnen stellen of het paard spierbevangen is en hoe ernstig dit is. Na het onderzoek geeft een dierenarts meestal pijnstilling en ontstekingsremmers. Verder bestaat de behandeling uit rust. Verplicht een spierbevangen paard bijvoorbeeld niet om te bewegen en vervoer hem zo min mogelijk. Ook kun je het paard warmhouden onder een deken. Daarnaast kunnen aanpassingen in de voeding nodig zijn. Stel bijvoorbeeld samen met je dierenarts een rantsoen samen. Het herstel van een spierbevangen paard kan weken tot maanden duren. Soms komt het voor dat een paard niet volledig herstelt. Preventie Om spierbevangenheid bij paarden te voorkomen is het belangrijk om de voedingsbehoefte van je paard goed af te stemmen op de verwachte inspanning. In een periode van rust kan bijvoorbeeld minder krachtvoer gegeven worden. Verder is het belangrijk om je paard niet een hele dag op stal te laten staan en dat het paard toegang heeft tot voldoende ruwvoer. Let hierbij op dat de energiewaarde van het hooi niet te hoog is. Tot slot kan een trainingsschema worden opgesteld. Een goede warming-up en cooling-down dragen bijvoorbeeld bij aan het kunnen afvoeren van het reeds aangemaakte melkzuur.

Lees meer
Bloedworm bij paarden

Bloedworm bij paarden

De kleine bloedworm, ook wel Cyathostominea genoemd, is een van de meest voorkomende wormensoorten bij paarden. Deze wormen zijn ongeveer 0,5 tot 3 centimeter lang en worden voornamelijk gezien bij jonge paarden tot drie jaar. Een paard kan ook besmet raken met de grote bloedworm (Strongylus). Deze wordt tussen de 1 en 5 centimeter lang, maar komt in Nederland zelden voor.  Hoe raakt een paard besmet met bloedworm? De levenscyclus van de grote en kleine bloedworm komt grotendeels overeen:1.    Een paard raakt besmet wanneer het tijdens het grazen de larfjes van de rode bloedworm opneemt. 2.    De larfjes nestelen zich in het slijmvlies van de blinde darm en dikke darm en kunnen hier enkele maanden overwinteren. De larfjes van de grote bloedworm kunnen verder trekken naar de grote slagaders, waar ze veel schade kunnen aanrichten. Vervolgens keren ze weer terug naar het darmslijmvlies. 3.    Zodra de larfjes volwassen wormen zijn geworden, gaan ze eitjes produceren. Alleen niet-ingekapselde wormen scheiden eitjes uit. 4.    Ongeveer vijf tot zes weken na de besmetting zitten de eitjes in de mest. In de winter kan dit langer duren.5.    De mest met de eitjes van de bloedworm komt vervolgens weer in de weide terecht, waarna de eitjes een ander paard kunnen besmetten. Een paard kan alleen besmet raken als de eitjes uitgegroeid zijn tot larfjes. Als de larfjes niet door een paard worden opgenomen, kunnen ze enkele maanden in de weide overleven. Bron: Corning S. Equine cyathostomins: a review of biology, clinical significance and therapy. Parasit Vectors. 2009; 2(Suppl 2): S1  Bloedworm bij paarden - symptomen Bloedworm bij paarden kan zorgen voor verschillende symptomen. Het kan bij een lichte besmetting voorkomen dat een paard geen symptomen vertoont. Het paard oogt dan gezond, maar kan wel andere paarden besmetten. Veelvoorkomende symptomen zijn gewichtsverlies, verminderde eetlust en een doffe vacht. Wankelheid, koorts door een bijkomende infectie, diarree, bloedarmoede en koliek worden eveneens gezien. Een ernstige besmetting kan dodelijk zijn voor het paard of blijvende schade veroorzaken. Blijvende schade kan leiden tot chronische koliek, verminderde prestaties en moeite om het paard op gewicht te houden. Bloedworm bij paarden bestrijden Om te onderzoeken of het paard bloedwormen heeft kan een mestonderzoek worden uitgevoerd. Hierbij wordt gezocht naar de wormeneitjes in de mest. De wormeneitjes van de grote bloedworm en kleine bloedworm kunnen niet worden onderscheiden. Daarom wordt bij de uitslag het totaal aantal eitjes vermeld. Belangrijk is dat larven ingekapseld kunnen zitten, wat betekent dat bij een negatieve uitslag de mogelijkheid blijft bestaan dat het paard toch besmet is. Wanneer een paard besmet is met bloedworm, kan een wormenkuur worden gegeven. Afhankelijk van de ernst van de besmetting kan het type te gebruiken diergeneesmiddel verschillen. Omdat bij wormenkuren veel resistentie tegen de actieve stof wordt gezien, is het verstandig om ongeveer twee weken na het geven van de wormenkuur een mestonderzoek te laten doen.  Bloedworm bij paarden voorkomen Om een bloedwormbesmetting te voorkomen zijn er diverse maatregelen die je kunt treffen. Je kunt de besmetting van je weiland zo laag mogelijk proberen te houden door de mest op te ruimen (minimaal 2 keer per week). Daarnaast kun je de weide regelmatig slepen, de stal schoonmaken en ontsmetten, werken met strookbegrazing en periodiek mestonderzoek uitvoeren. Zo kan een beginnende besmetting tijdig opgemerkt worden en verdere verspreiden zoveel mogelijk worden beperkt.

Lees meer
Biotine

Biotine

Biotine is een essentiële B-vitamine die een belangrijke rol speelt in de algehele gezondheid van paarden. Biotine heeft een positieve invloed op de aanmaak van keratine. Keratine-eiwitten vormen onder meer de basis voor de opbouw van hoeven, huid en vacht. Daarnaast fungeert biotine als co-enzym in de stofwisseling van koolhydraten, vetten en eiwitten, ondersteunt het de stofwisseling en draagt het bij aan een gezonde huid, vacht en hoefgroei.  Waar halen paarden biotine uit? Paarden krijgen biotine voornamelijk binnen via hun dieet, vooral uit gras en ruwvoer. Ook voedingsmiddelen zoals haver, gerst, sojameel, rijstzemelen en melasse bevatten biotine. Daarnaast kunnen micro-organismen in het laatste deel van de darm zelf biotine produceren. In de meeste gevallen is deze aanmaak voldoende voor een gezonde groei van de hoeven, huid en vacht. Biotine wordt vaak als supplement aan het voer toegevoegd. Een overschot aan biotine wordt via de nieren uitgescheiden. De hoeven van een paard groeien vanaf de kroonrand van boven naar beneden aan. Biotine versterkt alleen het nieuw gevormde hoef-, huid- en haarmateriaal. Omdat de hoeven van een paard langzaam groeien, ongeveer drie centimeter per halfjaar, wordt het effect van een biotinesupplement vaak pas na langere tijd zichtbaar.  Biotinetekort bij paarden Een tekort aan biotine kan verschillende oorzaken hebben, zoals onvoldoende gras en ruwvoer, variaties in biotinegehaltes in het hooi of een verminderde darmfunctie. Hierdoor kan de opname van biotine in het bloed afnemen. Mogelijke symptomen van een tekort zijn onder andere: Verminderde kwaliteit van het hoorn Afwijkende hoefvorm Verminderde hoefgroei Zachte hoeven Doffe vacht Verminderde huidweerstand Vermoeidheid Verminderde eetlust Spierpijn  Het belang van gezonde hoeven bij paarden Gezonde hoeven zijn van groot belang voor het welzijn van paarden. Een gezonde hoef heeft een sterke buitenste hoeflaag, die wordt opgebouwd met behulp van verschillende voedingsstoffen. Een tekort aan één of meer van deze voedingsstoffen kan de hoornlaag verzwakken, wat uitdroging van de hoeven tot gevolg kan hebben. Naast een uitgebalanceerde voeding is ook de verzorging van de hoeven essentieel. Dat houdt onder meer in: tijdig bekappen of beslaan en het vermijden van langdurige blootstelling aan extreme droogte of vocht.  

Lees meer
Hoefbevangenheid

Hoefbevangenheid

Hoefbevangenheid, ook wel laminitis genoemd, is een veelvoorkomende ziekte bij paarden en pony’s. Bij hoefbevangenheid zit er een ontsteking tussen het hoefbeen en de hoefwand. Doordat de ontsteking geen uitweg heeft, ontstaat er veel druk in de hoef. Dit kan warmte en pijn veroorzaken. Door de ontsteking kan de verbinding tussen het hoefbeen en de buitenste hoefschoen verzwakt raken, het hoefbeen gaan kantelen en vervolgens door de zool heen drukken. Oorzaak hoefbevangenheid Hoefbevangenheid bij paarden kan diverse oorzaken hebben. Bepaalde aandoeningen, waaronder Equine Metabool Syndroom en Cushing kunnen de gevoeligheid voor hoefbevangenheid verhogen. Dit komt doordat deze aandoeningen vaak insulineresistentie en verandering in de suikerhuishouding tot gevolg hebben. Overgewicht kan eveneens zorgen voor het verstoren van het suikermetabolisme. Ook verstoringen van de hormoonbalans, door bijvoorbeeld de opname van medicijnen, kan een oorzaak zijn. Als er elders in het lichaam een ziekte aanwezig is, kunnen de aanwezige bacteriën gifstoffen vormen die aan de bloedbaan worden meegegeven en vervolgens in de hoef terechtkomen. Hierdoor kan de doorbloeding veranderen en hoefbevangenheid ontstaan. Overbelasting van hoeven door verwondingen, het herstel van een andere hoef of het langdurig lopen op een harde weg kunnen eveneens oorzaken zijn. Tot slot is fructaan een mogelijke oorzaak van hoefbevangenheid. Fructaan kan door de darmen van een paard niet worden afgebroken. Het wordt in de darmen snel gefermenteerd en daarbij komt melkzuur vrij. Door de verzuring kunnen goede bacteriën doodgaan, waardoor vervolgens gifstoffen in het bloed terecht komen. Symptomen hoefbevangenheid Hoefbevangenheid is te herkennen aan warme hoeven, stijf bewegen, een verdikte en pijnlijke kroonrand en gevoeligheid van de punt van de straal. Andere symptomen zijn het ontlasten van de hoeven, kreupel lopen, rusteloosheid, koorts, zweten en veel willen liggen. Een hoefbevangen paard kan ook met gestrekte voorbenen staan en achterover leunen om zijn voorbenen te ontlasten. Als het paard bevangen is aan alle benen, zetten ze vaak de voorbenen wat naar achter en de achterbenen wat naar voren voor de verdeling van het gewicht. Behandeling hoefbevangenheid Als een paard hoefbevangen is, is het van belang direct contact op te nemen met de dierenarts. De dierenarts schrijft vaak medicijnen voor die de pijn verlichten en de ontsteking verminderen. Als in zeer ernstige gevallen het hoefbeen zakt, kantelt en door de zool naar buiten treedt kan de hoefbevangenheid zelfs euthanasie tot gevolg hebben. Bij verdenking van hoefbevangenheid is het dus verstandig om zo snel mogelijk een dierenarts te raadplegen, zodat vroegtijdig actie kan worden ondernomen. Omdat hoefbevangenheid vaak wordt veroorzaakt door een stofwisselingsstoornis is het belangrijk om de oorzaak te achterhalen, zodat hiervoor de juiste behandeling kan worden gegeven. Om de oorzaak te achterhalen kan de dierenarts een bloedonderzoek uitvoeren.   Ook de hoefsmid kan worden ingeschakeld bij een bevangen paard. De hoefsmid kan een speciaal beslag aanbrengen dat tegendruk geeft aan het hoefbeen, waardoor het verder kantelen van het hoefbeen kan worden tegengegaan en de pijn kan worden verlicht. Verder is het van belang dat een paard met hoefbevangenheid sober wordt gevoerd. Raadzaam is om het paard niet op de wei te zetten, omdat de suikers uit het gras schadelijk kunnen zijn. Je kunt het paard bijvoorbeeld op een zandondergrond zetten. Het zand natmaken en de hoeven afspoelen met koud water kunnen bijdragen aan het verkoelen van de hoeven en het verlichten van de pijn. Zorg wel altijd voor een droge plek waar het paard kan liggen.   Hoefbevangenheid voorkomen Er zijn een aantal maatregelen die je kunt treffen om hoefbevangenheid bij paarden te voorkomen. Als je paard weer op de wei mag, zorg dan voor een goede overgang van de stal naar de weide. Dit kan bijvoorbeeld door het paard elke dag iets langer op de weide te zetten of door strookbegrazing. Probeer een weide met kort gras te vermijden, dit bevat namelijk relatief veel suiker. Daarbij is het verstandig om het fructaangehalte in de gaten te houden. Een hulpmiddel hiervoor is de fructaanindex. Dit is een index die op basis van actuele weersinformatie het fructaangehalte laat zien. Meerdere factoren, zoals het soort gras, de bemesting en hoeveelheid zon hebben invloed op het fructaangehalte. Belangrijk is om ook met deze factoren rekening te houden. Verder kan het verstandig zijn om op te letten met suikerrijke voeding. Een voedingsplan aangepast op de behoefte van je paard kan hierbij helpen. Tot slot is het belangrijk om bij merries die een veulen krijgen de nageboorte in de gaten te houden. Als deze binnen 4 uur nog niet te zien is, is het raadzaam om contact op te nemen met de dierenarts.  

Lees meer
Preventieve maatregelen in de strijd tegen worminfecties

Preventieve maatregelen in de strijd tegen worminfecties

Preventie is een van de belangrijkste pijlers binnen het wormmanagement van paarden. Kort gezegd; voorkomen is beter dan genezen. Er zijn veel verschillende preventieve maatregelen die paardeneigenaren kunnen nemen om de kans op een worminfectie zoveel mogelijk te verkleinen. Het doel van de preventieve maatregelen is de blootstelling aan infectiehaarden zoveel mogelijk te reduceren en/of de wormcyclus zoveel mogelijk te doorbreken. Hieronder lees je verschillende preventieve maatregelen die een bijdrage kunnen leveren om worminfecties zoveel mogelijk te voorkomen. Mest uit de weide halen Het is een tijdrovende maatregel, maar tegelijkertijd ook een van de meest effectieve; het uit de weide halen van de mestballen. Hierbij geldt; hoe vaker hoe beter. Door mest uit de weide te halen, verwijder je dus voor een belangrijk deel direct de eitjes en eventuele larven die in de mest zitten. Daarmee doorbreek je de cyclus. Alle eitjes en/of larven die je op deze manier van de weide haalt, kunnen zich niet meer ontwikkelen tot een infectieuze larve. Het is echter wel goed om je te realiseren dat, ook al haal je mest dagelijks uit het weiland, er nog steeds sprake kan zijn van een worminfectie op je weiland. Deze eitjes en/of larves kunnen het namelijk best lang uit houden op je weiland. Het kan nogal een klus zijn om de mest uit de weide te halen. Er zijn natuurlijk ook allerlei hulpmiddelen waarmee je de mest kunt opzuigen of opvegen uit de weide. Mestbulten keren De bodembedekking van de stal van je paard en de mest die je (misschien) uit de weide haalt, komt op de mesthoop terecht. Als je deze mest vervolgens gebruikt om je weiland te bemesten, dan is het goed om daar wat aandacht aan te besteden. Dit kun je namelijk niet zomaar zonder risico doen. Het warmste punt van de mesthoop bereikt temperaturen van boven de 40 graden door het rottingsproces dat plaatsvindt. In dergelijke temperaturen kunnen de wormeitjes en de larven niet overleven. Het probleem is alleen, dat de buitenkant van de mesthoop een stuk kouder is en daar is het juist een ideale temperatuur voor de eitjes en de larves. Als je de inhoud van de mesthoop vervolgens uit gaat strooien over de weide, komen al deze eitjes en larven op de weide terecht en wordt je paard alsnog blootgesteld aan al deze parasieten. Om alle eitjes en larves te doden, moet de mesthoop dus af en toe worden gekeerd, zodat ook de eitjes en larves op de minder hete plaatsen worden gedood. Alleen dan worden ook de wormeitjes en larven die in de minder warme delen aan de buitenkant zitten ook aan de hitte binnen in de mesthoop blootgesteld en zullen ze gedood worden. Als je de mesthoop regelmatig hebt gekeerd, kun je de inhoud uitstrooien over de weide.  Weide slepen Een veel gegeven advies op het gebied van bestrijding van worminfecties is het regelmatig slepen van het weiland waar paarden staan. Zeker als je de mest niet uit de weide haalt, is het belangrijk om de weide regelmatig te slepen. De mestballen vormen immers een goede omgeving voor de parasieten om zich in te ontwikkelen en om vervolgens het gras in te kruipen. De parasieten houden van een vochtige warme omgeving. Door de weide regelmatig te slepen, sleep je alle mesthopen uit elkaar, waardoor ze uitdrogen en afkoelen. Sleep de weide dus vooral bij droge periodes (warm of koud). De omstandigheden voor de wormeitjes en/of larven worden dan minder gunstig om in te kunnen overleven. Sleep de weide vooral niet in natte periodes, dat zou juist een negatief effect kunnen hebben. Weide bloten/kortmaaien  Een ander veel gegeven advies op het gebied van wormmanagement en de bestrijding van worminfecties is het regelmatig bloten/kortmaaien van het weiland waar paarden staan en dan vooral de “toiletten” Parasieten gedijen het best in warme/vochtige omstandigheden. Deze omstandigheden vinden ze in lang gras. Dat lange gras is ook de ideale plaats om naartoe te trekken, omdat paarden dit op zullen eten. Op die manier komt de parasiet in het paard terecht en kan zich verder ontwikkelen. Door het gras dus te bloten/maaien voorkom je dat het te lang wordt en daarmee maak je de omstandigheden voor de larven minder aantrekkelijk en neemt de kans af dat het paard de larven weer opneemt met grazen. Je verstoort daarmee de wormcyclus. Het is helaas niet zo dat je door je weide regelmatig te bloten/maaien een worminfectie helemaal kan voorkomen, maar als je je wormmanagement goed in wilt richten, dan moet regelmatig bloten/maaien daar zeker onderdeel van uitmaken. En wil je de wormen echt zo min mogelijk kans geven, doe het dan bij voorkeur wekelijks, bij voorkeur in combinatie met het slepen van de weide in droge periodes.  Weide hooien Niet iedereen heeft de mogelijkheid om (een deel van) de weide te hooien, maar als het kan, is het zeker aan te raden. Om te kunnen hooien moet het gras lang kunnen groeien. Doorgaans moet je rekenen op een week of 8, wil je er ook echt wat van af kunnen halen. Dan is het een kwestie van wachten tot er een periode met mooi weer aan komt die lang genoeg is om het hooi van het land te kunnen halen. Als het gras eenmaal gemaaid is, duurt het ongeveer een week voordat de balen geperst kunnen worden. In de week dat het gras “los” ligt, wordt het dagelijks geschud. Het weer is over het algemeen mooi droog, met warme temperaturen. Dat zijn ideale omstandigheden waardoor de mestballen die nog op het land liggen uitdrogen en de wormeitjes en larven aan de droogte worden blootgesteld. Deze omstandigheden zijn verre van optimaal voor de parasieten en velen zullen dit niet overleven. Door het regelmatig schudden worden de mestballen ook nog eens mooi uit elkaar geslagen, waardoor ze nog verder uitdrogen en de wormeitjes en larven nog meer aan de elementen worden blootgesteld. Veel larven en/of eitjes kunnen niet tegen die omstandigheden en zullen kapot/dood gaan. Bij het persen van de balen, worden het weiland eigenlijk schoongeveegd van alle mest. Deze komen in de hooibalen terecht waar kunnen de larven/eitjes zich verder niet ontwikkelen en zullen kapot/dood gaan. Verweiden Bij het regelmatig verweiden van paarden zorg je ervoor dat andere preventieve maatregelen optimaal effectief kunnen zijn. Als de weide leeg staat is het dus van belang om de mest te verwijderen en de weide goed te bloten en te slepen. In het meest ideale geval wordt er een ronde gehooid. Op deze manier zorg je voor de meest ongunstige omstandigheden van mogelijke levensfases van parasieten op je weiland. Daarnaast kun je met regelmatig verweiden voorkomen dat de paarden de weide te kort gaan grazen en moeten grazen dichtbij de plaatsen waar wordt gemest. Deze gebieden op de weide hebben het grootste besmettingsrisico. Bij het verweiden is het ook van belang om zeker te weten dat de paarden geen besmetting meenemen naar het nieuwe stuk weiland waar ze op gezet worden. Voorkomen is immers beter dan genezen. Het is van belang mestonderzoek uit te voeren voordat paarden op een nieuw stuk weide worden gezet zodat er maatregelen genomen kunnen worden indien er een wormbesmetting wordt gevonden. Een veel gehoord misverstand is dat een weiland schoon is nadat het een winter rust heeft gekregen. Helaas is dit niet waar. Bijna alle wormsoorten kunnen met gemak een Nederlandse winter overleven. Vaak niet als volwassen worm, maar wel als eitje of in een tussengastheer. Als de temperaturen in het voorjaar weer omhoog gaan, gaan deze eitjes zich ook weer ontwikkelen en gaat de levenscyclus van de worm gewoon weer verder. Een weide is pas echt schoon als er na het omploegen en inzaaien nog geen paarden op hebben gelopen. Strookbegrazing  Naast het regelmatig verweiden kan ook strookbegrazing ingezet worden om de infectiedruk van het weiland zo laag mogelijk te houden. Bij het toepassen van strookbegrazing zorg je ervoor dat de paarden altijd vers gras tot hun beschikking hebben, hiermee voorkom je dat de paarden de weide te kort gaan grazen en gaan grazen dichtbij de plaatsen waar wordt gemest. Deze gebieden op de weide vormen het grootste besmettingsrisico op worminfecties. Daarnaast kun je ervoor zorgen dat andere preventieve maatregelen optimaal effectief kunnen zijn. Op de stroken waar de paarden vanaf komen, kan de mest goed verwijderd worden, en de weide kan daar goed gebloot (uitmaaien) en gesleept worden. Op deze manier zorg je voor de meest ongunstige omstandigheden van mogelijke levensfases van parasieten op je weiland Andere grazers op de weide De weide laten begrazen door andere dieren kan als een soort "stofzuiger" dienen voor de aanwezige worminfecties. Bij voorbeeld door het laten grazen van schapen, geiten of koeien kan de infectiedruk van een weiland omlaag gebracht worden. Hierbij moet er echter wel rekening mee worden gehouden dat deze dieren niet weer een andere besmetting op het weiland introduceren zoals bijvoorbeeld de leverbot. Leverbot zal met name een probleem kunnen vormen in natte weilanden waar sloten omheen liggen. Indien de weide met leverbot is besmet kan het helpen om loopeenden in te zetten op de leverbot slakjes op te eten. Stal (regelmatig) leeghalen  Bij preventieve maatregelen binnen het wormmanagement bij paarden, denken veel mensen al snel aan mest uit de weide halen, preventief ontwormen, het weiland slepen of bloten, etc. Toch is er een hele belangrijke potentiele bron van worminfecties, waar niet zo snel aan gedacht wordt; de stal zelf! at is gebleken uit een onderzoek van Mc Girr et Al dat in september 2015 is gepubliceerd in het Equine Veterinary Journal. Het experimentele onderzoek richtte zich specifiek op de ontwikkeling van bloedwormlarves in strostallen. Het onderzoek bracht een aantal belangrijke observaties aan het licht; De stal kan onder bepaalde omstandigheden de ideale voedingsbodem voor wormeitjes en larven zijn. De wormlarven zijn gek op vochtige en warme omgevingen. Als je gebruik maakt van bodembedekking zoals stro, gehakseld stro, vlas, zaagsel, of andere natuurlijke producten, dan is het goed mogelijk dat er ideale voedingsbodem ontstaat voor wormeitjes en larven. Als de bodembedekking langer dan een week ligt en de mestballen en natte plekken worden niet (zeer) regelmatig uit de stal gehaald, dan loop je het risico dat er een worminfectie ontstaat. Als je geen potstal hebt, zorg er dan dus voor dat je de stal iedere week helemaal leeggehaald en dat je de mestballen en natte plekken zoveel mogelijk verwijdert. Heb je wel een potstal, dan is het minstens zo belangrijk om dagelijks de natte plekken en mestballen te verwijderen. Daarnaast is het met een potstal nog eens extra belangrijk om er voor te zorgen dat er geen mest van een paard met een worminfectie in de stal terechtkomt. En daarvoor is het natuurlijk essentieel om geregeld mestonderzoek te doen, zodat je inzicht hebt in eventuele worminfecties van je paard(en). Stal ontsmetten  Ook in de stal kunnen paarden een worminfectie oplopen. De meest bekende wormbesmettingen die op stal worden opgelopen zijn de spoelworm en veulenworm, maar ook de bloedworm kan zich onder de juiste omstandigheden in de stal verder ontwikkelen. Voor de algemene stalhygiëne en om eventuele wormbesmettingen te voorkomen, is het heel verstandig de stal af en toe extra goed schoon te maken. Haal de stal in dat geval goed leeg en spuit de stal schoon met de hoge druk spuit. Na het gewone schoonmaken kan de stal ontsmet worden met een dierenverblijfmiddel (bijvoorbeeld Halamid). Hierna moet de stal eerst goed drogen voor er weer wordt opgestrooid.  Gebruik van onder andere kruidenmixen Er zijn op de markt verschillende kruidenmixen beschikbaar, die er op gericht zijn een wormbesmetting onder controle te houden. Deze producten worden helaas nog wel eens voor ontwormmiddelen aangezien. De meeste van deze kruidenmixen zullen de weerstand van het paard bevorderen waardoor het paard (mogelijk) minder bevattelijk zal zijn voor worminfecties. Er zijn een aantal zaken die je goed in het achterhoofd moet houden bij het gebruik van deze kruidenmiddelen:   Ook bij gebruik van kruidenmiddelen is het van belang om je paard goed te monitoren doormiddel van regelmatig mestonderzoek Het gebruik van een kruidenmix betekent niet dat je paard geen wormbesmetting kan oplopen. Kruidenmixen ondersteunen de weerstand van je paard. Bij een bestaande wormbesmetting is het niet aangetoond dat een kruidenmiddel een alternatief is voor de reguliere ontwormmiddelen Bron: HippoSupport mestonderzoek

Lees meer
Mok bij een paard

Mok bij een paard

De natte herfst- en winterdagen zijn weer in aantocht en dat betekent meer kans op mok. Mok is een veelvoorkomende huidontsteking bij paarden, die meestal voorkomt in de kootholte, maar zich ook hoger op het been kan ontwikkelen. Wat zijn de oorzaken van mok bij een paard? Een veelvoorkomende oorzaak van mok is vocht en vuil in combinatie met bacteriën en schimmels, waardoor een bacteriële huidinfectie ontstaat. Normaal gesproken is de huid door een natuurlijke barrière beschermd tegen deze bacteriën. Door het in aanraking komen met teveel vocht of vuil of een verminderde weerstand kan deze barrière verslechteren en krijgen bacteriën en schimmels de kans om de huid te beschadigen. Het in aanraking komen met vocht kan komen door natte weides of stallen, aqua training en overmatige wasbeurten. Een andere oorzaak is dat het paard last heeft van schurftmijten. De mijten veroorzaken jeuk, maar kunnen ook gaan graven en spitten in de huid. Hierdoor kan de huid verzwakken en ontstaan er kleine wondjes. Deze huidbeschadigingen zorgen ervoor dat de huid sneller geïnfecteerd kan raken. Wat zijn de symptomen van een paard met mok? Een paard met mok kan verschillende symptomen vertonen. Vaak worden schilfers, roodheid, korstjes en kloven (barsten of scheurtjes in de huid) gezien in de kootholte van een paard. De kootholte is namelijk een favoriete plek van onder andere schimmels en bacteriën. Andere symptomen zijn jeuk, pijn, vochtig eczeem in de kootholte, huidverdikkingen, een dik (onder)been en kreupelheid. Mok bij paarden behandelen Er zijn diverse mogelijkheden voor het behandelen van mok bij een paard. Vaak wordt gebruik gemaakt van een desinfecterende shampoo en mokzalf. Mokzalf wordt voornamelijk gebruikt in de kootholte en op het pijpbeen. Als mijten de oorzaak zijn van mok bij een paard, kan een mijtendodend middel worden gebruikt. Deze kan via de dierenarts verkregen worden. Daarnaast is het bij elk paard met mok belangrijk om te zorgen voor een droge en schone omgeving. Vocht en vuil kunnen namelijk de genezing belemmeren. Als de benen van je paard nat zijn, droog deze dan voorzichtig af met een schone, zachte handdoek. Bij paarden die gevoelig zijn voor mok is het eveneens raadzaam om het aantal wasbeurten zoveel mogelijk te beperken. Bij paarden die kreupel lopen, een dik been hebben of waarbij bovenstaande behandelingen niet voldoende zijn wordt ook wel mokzalf met antibiotica gebruikt. De mokzalf bevat antibiotica en ontstekingsremmers die bijdragen aan het kalmeren van de huid. Mokzalf met antibiotica is alleen op recept van de dierenarts verkrijgbaar. Bij een paard met mok is het belangrijk om de oorzaak te achterhalen en als de klachten verergeren of niet overgaan is het verstandig om contact op te nemen met de dierenarts.

Lees meer
Vitasporal Sport

Vitasporal Sport

Vitasporal Sport zorgt voor optimale energie en ondersteunt het herstel van sportpaarden. Als ruiter wil je dat jij en jouw paard optimaal presteren tijdens wedstrijden. Met de juiste ondersteuning zorg je er niet alleen voor dat jouw paard meer energie heeft tijdens wedstrijden, maar ook sneller herstelt na de tijd. Speciaal hiervoor hebben we Vitasporal Sport ontwikkeld. Verschil Vitasporal Sport en Vitasporal Vitasporal Sport lijkt op onze bekende Vitasporal, maar heeft 2 duidelijke verschillen: Vitasporal Sport heeft een hoger aandeel vitamine A en vitamine D3, om je paard nog beter te ondersteunen Vitasporal Sport heeft een gelige kleur in plaats van een oranje/rode kleur, doordat deze formule geen betacaroteen bevat. Vitasporal Sport geeft geen gekleurd schuim in de mond van je paard. Optimale energie door trapsgewijze afgifte Vitasporal Sport geeft, net als Vitasporal, een trapsgewijze afgifte van energie. Beide producten bevatten specifieke bestandsdelen, die zorgen voor een snelle, gemiddelde en langzame energieafgifte. Je paard krijgt hierdoor urenlang extra energie, op gelijkmatige wijze. Vitasporal Sport bevat dextrose voor een snelle energieafgifte, plantaardige oliën voor een gemiddelde energieafgifte en plantaardige vetten voor een langzame energieafgifte. Daarnaast bevat het propyleenglycol voor een stabiele en gelijkmatige afgifte van energie en het helpt pieken en dalen in het energieniveau te stabiliseren. Calciumchloride is van belang voor de spiersamenspanningen en de algehele spiergezondheid. Ook ondersteunt het bij vermoeidheid en spierkrampen. Schematisch ziet dit er als volgt uit: Optimale prestaties en herstel Vitasporal Sport bevat naast ingrediënten voor de energieafgifte ook diverse vitamines en een aminozuur. Samen ondersteunen vitamine A, vitamine D3, niacinamide, vitamine E, vitamine B2 en lysine (HCL) de algehele gezondheid, het immuunsysteem en de spierontwikkeling van je paard. Ook dragen ze bij aan snel herstel na een wedstrijd.

Lees meer
Koliek bij paarden

Koliek bij paarden

Koliek is een aandoening die elke paardeneigenaar wel kent. Koliek is een verzamelnaam voor buikpijn, die verschillende oorzaken kan hebben. Een paard kan bijvoorbeeld last krijgen van gaskoliek, zandkoliek, krampkoliek of verstoppingskoliek. Bij een vermoeden van koliek is het altijd raadzaam om de dierenarts te contacteren. De dierenarts kan beoordelen of het nodig is om direct langs te komen of dat je nog even kunt afwachten. Je kunt ook overleggen of het verstandig is om met het paard te lopen en of het mag eten en drinken; dit hangt namelijk af van de oorzaak van de koliek. Op basis van de oorzaak kan een verder behandelplan worden gemaakt. Gaskoliek bij paarden Gaskoliek is een gevolg van een gasophoping in de darmen, die ontstaat doordat er zich te veel gas ophoopt in de dikke darm. De dikke darm gaat overmatig gas produceren wanneer suikers die niet volledig zijn verteerd in de dunne darm, in de dikke darm terechtkomen. Een grote verandering in het voer of een (gedeeltelijke) afsluiting van de darm kunnen eveneens oorzaken zijn. Er zijn verschillende maatregelen die kunnen helpen om gaskoliek te voorkomen. Zorg voor een geleidelijke overgang als je het voerrantsoen aanpast, beperk de inname van voorjaars- of najaarsgras, voer meerdere keren per dag kleine hoeveelheden en laat regelmatig het gebit van je paard controleren. Een goed gebit is namelijk de basis voor een goede vertering. Zandkoliek bij paarden Zandkoliek bij paarden kan ontstaan door een opname van zand dat zich ophoopt in het darmstelsel. De irritatie van het darmslijmvlies en de verstopping van de darmlumen kunnen samen leiden tot koliek. Paarden kunnen onder andere zand binnenkrijgen door het eten van kort gras, het eten van ruwvoer van de grond of het bewust eten van zand. Bij zandkoliek kan de dierenarts bijvoorbeeld paraffine toedienen. Dit wordt niet opgenomen door het lichaam, maar heeft een laxerende werking en kan zo helpen om het zand af te voeren. De dierenarts kan daarnaast aanraden om het paard een psylliumkuur te geven. In enkele gevallen is een operatie nodig. Om zandkoliek te voorkomen kun je diverse maatregelen treffen. Voer je het paard buiten, leg het hooi dan niet op de grond, maar bijvoorbeeld in een voerbak. Bevat het hooi veel stof, dan kun je het voor het voeren in water dompelen. Daarnaast kun je maandelijks een psylliumkuur geven als je paard veel zand opneemt of gevoelig is voor zandkoliek. Als je paard bewust zand oplikt is het verstandig om te controleren of het genoeg mineralen binnenkrijgt. Krampkoliek bij paarden Krampkoliek ontstaat doordat de spieren in de darmen samentrekken, waardoor (een deel van) de darmen verkrampen. Er zijn diverse factoren die dit kunnen veroorzaken, waaronder voerveranderingen, stress en worminfecties. Soms heeft het paard iets verkeerds gegeten, wat een verstoorde spijsvertering veroorzaakt. Verstoppingskoliek bij paarden Verstoppingskoliek kan ontstaan doordat de darm verstopt zit met voer, bijvoorbeeld doordat een paard te veel stro eet, te weinig drinkt of het voer niet goed fijnkauwt. Als de darm geblokkeerd wordt kan de mest niet passeren, waardoor er spanning op de darm komt te staan en het paard pijn krijgt. Om verstoppingskoliek te voorkomen kun je rekening houden met verschillende factoren. Zorg bijvoorbeeld voor hoge kwaliteit ruwvoer, onbeperkt drinkwater, voldoende beweging, geleidelijke overgang van voer en controleer regelmatig de mest van het paard. Koliek bij paarden - symptomen De symptomen van koliek verschillen per paard; het ene paard vertoont duidelijkere verschijnselen dan de ander. Veelvoorkomende symptomen zijn: Flemen Veel gapen Krabben of schrapen met de voorbenen Omkijken en schoppen naar de buik Sloomheid Verminderde eetlust Regelmatig liggen en opstaan Rollen of proberen te rollen Zweten Gestrekt staan Verhoogde hartslag en snellere ademhaling

Lees meer
5 tips voor het ondersteunen van je paard tijdens de herfst

5 tips voor het ondersteunen van je paard tijdens de herfst

Het herfstseizoen is weer begonnen en dat betekent dat de koude, natte en donkere dagen voor de deur staan. Ook voor paarden kan dit behoorlijk wennen zijn. Denk aan de verharingsperiode, een verminderde weerstand en het langer op stal staan. Met de 5 tips in dit artikel kun jij je paard tijdens de herfst ondersteunen.  1. Help je paard bij het verharen Zodra de herfst- en winterdagen eraan komen, maakt de zomervacht plaats voor een dikke en isolerende wintervacht. Dit betekent dat de verharingsperiode begint. De verharingsperiode wordt bepaald door de hoeveelheid licht, de temperatuur en het ras. Gemiddeld duurt de verharingsperiode twee weken. Ondanks dat het verharen veel energie kost, is dit bij gezonde paarden vaak geen probleem. Bij zwakke en oude paarden kost het verharen meer energie, waardoor deze periode vaak langer duurt. Om je paard tijdens deze periode te ondersteunen kun je bijvoorbeeld de lijnzaadolie van Excellent Horse gebruiken. Lijnzaadolie bevat een hoog gehalte aan omega-3 vetzuren. Dit draagt bij aan het behouden van een gezonde en glanzende vacht en is ideaal om te gebruiken tijdens de verharingsperiode. Daarnaast kun je je paard een handje helpen met de Grooming Brush voor het verwijderen van de losse haren. Het borstelen bevordert een goede doorbloeding van de huid waardoor de vacht sneller loslaat.  2. Ondersteun de algehele weerstand Ook bij paarden kan de weerstand in deze tijd van het jaar verminderd zijn, bijvoorbeeld door de verharingsperiode, temperatuurwisselingen en mogelijke vitaminetekorten. Vitaminetekorten kunnen ontstaan door de overgang van gras naar hooi. Tijdens het drogingsproces van gras naar hooi gaan mineralen en vitaminen verloren, wat zorgt voor een verminderde voedingswaarde. Om de algehele weerstand te ondersteunen kun je Total Balance, Vitasporal of Appelazijn gebruiken. Deze drie supplementen ondersteunen de weerstand en conditie van je paard.  3. Let op met zand De eikels en bladeren vallen weer van de bomen, het gras van de weides is korter en veel paarden komen (meer) op zandpaddocks te staan. Dit kan ervoor zorgen dat paarden meer zand binnenkrijgen. De darmen van een paard kunnen geen zand verwerken. In eerste instantie kan zand worden afgevoerd, maar als er meer zand binnenkomt dan dat de darmen kunnen afvoeren, kan het gaan ophopen. Om zand uit de darmen af te voeren kun je psylliumvezels of vlozaad gebruiken. Psylliumvezels (de schilletjes van vlozaad) dienen enkel over droog voer verstrekt te worden, terwijl vlozaad ook door de natte slobber verstrekt kan worden. Psylliumvezels hebben namelijk een sterker wateropnemend vermogen. Zowel psylliumvezels als vlozaad vormen een gelachtige massa in de darmen en binden opgehoopt zand aan de mest, zodat het vervolgens uitgescheiden kan worden.  4. Water en zout  De koude dagen kunnen ervoor zorgen dat paarden minder drinken. Daarom is het van belang om in de gaten te houden of je paard voldoende drinkt. Zorg altijd voor schoon en vers drinkwater. Een licht verwarmde drinkbak kan ook helpen. Daarnaast is het van belang dat paarden voldoende zout en mineralen binnenkrijgen. Je kunt bijvoorbeeld de Excellent Horse Himalaya liksteen aanbieden. Deze liksteen bevat puur Himalayazout, wat een bron is van verschillende mineralen en sporenelementen. Het vervullen van de zoutbehoefte van je paard kan tevens het drinken van water stimuleren. Het binnenkrijgen van voldoende mineralen kan ook het likken of eten van zand beperken.   5. Verveling op stal voorkomen Door natte herfstdagen, gladde paddocks en weides gaan veel paarden weer (langer) op stal. Hierdoor krijgen ze vaak minder beweging en kunnen ze zich sneller gaan vervelen. Om verveling tegen te gaan kun je bijvoorbeeld de Excellent Horse Fun Play Ball of Fun & Flex ophangen in de stal. De elastieken van de Fun Play Bal maken het mogelijk om wortels, hooi of andere snacks aan de bal te bevestigen. Ook de Fun & Flex is te vullen met allerlei lekkers zoals hooi en kruiden. Daarnaast kun je een Foodie Friend ophangen waar je paard mee kan spelen. 

Lees meer
Vitasporal

Vitasporal

Net als bij ons mensen, kan er bij paarden een tekort aan energie ontstaan. Deze tekorten kun je eenvoudig voorkomen of aanvullen met Excellent Vitasporal Paard, een aanvullend diervoeder voor paarden.Vitasporal bevat plantaardige oliën en vetten, vitamines A, D en E en bètacaroteen. Laatstgenoemde ondersteunt de gezondheid van het paard en geeft het product de specifieke roodoranje kleur.Vitasporal is een smakelijke pasta die gemakkelijk met een handige injector in de mond ingebracht wordt. Excellent Vitasporal Paard is speciaal ontwikkeld voor een trapsgewijze afgifte van energie. We kunnen deze energieafgifte in 3 verschillende stadia onderbrengen: Snelle afgifte. Gemiddelde afgiftesnelheid Langzame afgifte Voor elk stadium van energieafgifte zijn er gespecificeerde bestanddelen van Excellent Vitasporal Paard die in dit stadium hun werk doen. Bij snelle energieafgifte is het werkzame bestanddeel dextrose. Voor de gemiddelde afgiftesnelheid worden plantaardige oliën ingezet. Voor de langzame afgifte komen plantaardige vetten in het spel. Schematisch ziet dit er als volgt uit: Excellent Vitasporal Paard kan ondersteuning bieden in verschillende situaties: Een snelle boost geven na Enting Ontworming Ziekte Ondersteuning tijdens het veulenseizoen Merrie sneller op kracht na bevalling Energieboost voor dragende en zogende merries Halve injector geeft veulen extra goede start Wedstrijden Dopingvrije energieboost Hele dag extra energie Geen extra vorming lichaamswarmte bij hogere energieafgifte paard Na inspanning sneller herstel spieren Algemeen gebruik Energieboost voor oudere paarden Bij doffe vacht tijdens verharen Elke 4 weken wanneer de ‘R’ in de maand zit Ter ondersteuning van de weerstand Excellent Vitasporal Paard wordt geleverd in een handige injector waarmee u de pasta direct in de mond van het paard inbrengt. Deze pasta wordt dankzij de (voor paarden prettige) smaak gemakkelijk door het paard opgenomen. De belangrijkste bestanddelen van Excellent Vitasporal Paard zijn plantaardige oliën en vetten, vitamines A, D en E en bètacaroteen. Hieronder een korte uitleg: Plantaardige vetten en oliën zijn een belangrijke bron van energie voor paarden. Deze spelen ook een rol in de gezondheid van huid en vacht.Ze zijn ook rijk aan onverzadigde vetzuren, zoals omega-3 en omega-6. Deze vetzuren zijn essentieel voor de gezondheid van het hart en de hersenen. Vitamine A is belangrijk voor de gezondheid van de ogen, huid en het immuunsysteem. Vitamine D speelt een rol in de opname en gebruik van calcium en fosfor. Dit is van groot belang voor de gezondheid van botten en tanden. Vitamine E is een antioxidant en helpt bij het beschermen van gezonde cellen, de afvoer van afvalstoffen en zorgt dat de spieren van het paard gezond en soepel blijven.Ook helpt vitamine E bij de afvoer van afvalstoffen die ontstaan door inspanning van de spieren (melkzuur).Ook ondersteunt vitamine E de gezondheid van de huid en het immuunsysteem. Bètacaroteen is een voorloper van vitamine A en wordt vaak toegevoegd aan paardenvoer vanwege zijn antioxiderende eigenschappen en de roodoranje kleur.Het is van nature aanwezig in groene bladgroenten en wortelen en kan helpen bij het verbeteren van de huid- en vachtkwaliteit, de weerstand tegen infectie en de gezondheid van de ogen. Al deze positieve eigenschappen maken Excellent Vitasporal Paard tot een fantastische vitamine- en energieboost voor paarden.Een gezonde opkikker voor paarden die even ondersteuning kunnen gebruiken! Laat u overtuigen van deze eigenschappen en bestel vandaag nog!

Lees meer

×